15-06-08

Emilie, Deel 10

Ze liep voor me in de smalle treingang. Ze stopte even, keek vluchtig achterom. Ze glimlachte eventjes. Ze draaide haar weer, maar stak haar rechterarm zoekend achteruit. Haar hand zocht de mijne. Ik nam de hare zachtjes. Ondertussen waren de meeste mensen al uit de trein, druk hun relaas aan het vertellen aan hun gezin en familie.

Net voor we de treincoupé verlieten, draaide Emilie haar om en keek mij recht in de ogen. Haar glimlach was verdwenen. Ze pakte mijn andere hand ook vast.

'Tom, ...' zei ze. Haar stem stokte. Ze beet op haar lip en keek naar de grond.

Ik wist wat komen zou. Het kon ook niet anders. Het was veel te mooi om waar te zijn. Mensen als ik worden niet gelukkig. Zo'n dingen gebeuren alleen in films, en bij andere mensen. Niet bij mij. ik zal altijd het jongetje zijn dat aan de vitrine mag staan kijken, maar die nooit de winkel binnen mag. heel, heel even had ik mogen proeven van hoe het is. Heel even maar. Enkele uren maar, in een tijdspanne van ruim 27 jaar. Moest ik het echt hiermee stellen? Was dit de beloning dan? De turbine in mijn hoofd begon stilaan weer te draaien. Ze kwam op toerental, vergezeld van het bijbehorende gefluit. En dit terwijl ik nog in de trein stond, nog bij haar was, zelfs nog lichamelijk contact met haar had.

Ik bleef staan, bleef naar haar kijken. Van de innerlijke storm die in mij begon te woeden was uiterlijk weer niks te merken. het was toch haar schuld niet? Nee, natuurlijk was het haar schuld niet. Het was gewoon mijn leven, zoals het altijd al is geweest. Mijn leven zoals het altijd zou zijn. Iets waar ik me eigenlijk al lang had bij neergelegd, maar me tegelijk ook niet bij neerleggen wou. Maar wat moest ik dan doen? Ik heb toch geen andere keuze dan vol te blijven houden?

 Ze keek op, haar ogen groot en waterachtig. Ik knikte zachtjes van ja. Ze begreep dat ik haar begreep. Ze liet mijn handen los, veegde even haar ogen uit. Heel vluchtig kuste ze me op de mond. Een halve seconde keek ze mij nog aan.

'Kom je nog of blijf je hier kamperen?' klonk het plots van achter haar. Een ruwe jonge kerel kwam de coupé binnengedenderd. Hij greep haar bij de arm en rukte haar ruw mee. Hij schonk zelfs geen aandacht aan mij.

'Godverdomme, ik moet morgen wel gaan werken. Het is al erg genoeg dat ik je hier een gat in de nacht moet komen halen en dan ga je hier nog wat staan treuzelen ook!'

Typisch, dacht ik. Haar vriend bleek een lul eerste klas te zijn. En dat in een tweede klasse coupé. Ik glimlachte zacht bij het besef dat de realiteit soms zo ironisch kon zijn. Ik stapte van de trein, en zag in de verte dat Emilie nog even achterom keek terwijl haar vriend heftig gesticulerend er naast liep. Ik bleef even staan en keek haar na. Mijn hart brak. Daar, op die treinbedding, in de koude en het licht van enkele spots brak mijn hart.

Ik stapte richting mijn ouders die stonden te wachten. Op de vraag of ik blij was dat ik eindelijk uit de trein was, zei ik ja. Ik heb nog nooit zo gelogen in mijn leven als toen.

 groet,

Tom  

 

18:41 Gepost door Tom in Emilie | Permalink | Commentaren (15) | Tags: emilie |  Facebook |

03-06-08

Emilie, deel 9

hoi bloggers,

Emilie est de retour! Straks nog een korte samenvatting voor de mensen die Emilie al kennen, maar eerst nog eens kort uitleggen voor de mensen die mijn blog nog niet zo heel lang lezen, wie of wat Emilie is. Emilie is een vervolverhaal over een meisje, Emilie, die ik op een treinreis ontmoet. Mijn aandacht was meteen gewekt, maar je weet hoe dat gaat: je ziet iedere dag wel zo iemand. Na een leuk dagje stad met een vriendin, neem ik de trein terug naar huis. Op het perron ontmoet ik Emilie opnieuw, en we raken aan de praat. Die gaat verder op de trein, tot die ergens midden de velden in panne valt. We zitten opgesloten in de trein, maar Emilie en ik sluiten ons op in en rond elkaar, omwikkeld in een heerlijk zacht dekentje... (vorige afleveringen kan je altijd terugvinden via de tag 'emilie' onderaan dit blogje...

Zo lagen we daar. Ik had me nog nooit zo geborgen gevoeld. Ik genoot van het lichamelijk contact. Van alles! Haar ademhaling, haar lekker ruikend haar, haar lichaamswarmte, haar hand op de mijne, haar zachte kledij. Van Emilie, mijn alles. We zegden niks meer. We waren gewoon één, wij twee, daar op die trein. In het donker, in de weilanden, omringd door technici die zich uit de naad werkten om ons te bevrijden. Er was geen haast bij, zeker niet wat mij betrof.

 Ik zweeg even en keek mijn gesprekspartners aan. Ik wendde direct mijn blik af. Ik stak mijn handen in de zijzakken van mijn lange zwarte jas.

"Wauw, wat een prachtige manier om iemand te ontmoeten," sprak de vrouw. Haar man beaamde het.

"Het is ironisch," antwoordde ik. "Het is ironisch om hier op dit koude perron zo'n warm verhaal te vertellen. Alhoewel, toen was alles nog warm. Nu is er alleen nog koude."

Ik keek even voor mij uit, in de verte. De wind kreeg vrij spel in mijn gezicht. Ze sneed, het deed mij niks. Het was ook niks in vergelijking met de rest. De man en de vrouw keken mij aan. Ze zwegen, maar ik voelde aan dat het vervolg wilden kennen van mijn verhaal. Ik schraapte mijn keel, zette de kol van mijn jas recht langs mijn gezicht en ging verder met mijn verhaal...

Een tijd later hoorden we gestommel. De technici hadden uiteindelijk de deuren open gekregen. Het was een dubbel gevoel. Aan de ene kant konden we eindelijk uit de trein, en konden iedereen naar huis. Hoeveel uren er precies verstreken waren, weet ik niet meer. Het enige dat ik nog wist was dat mijn tijd met Emilie waarschijnlijk voorbij was. Ze geeuwde. Zelfs dat deed ze op een schattig manier. Ze kuste nogmaals mijn hand, die ze nog steeds vasthield. Met mijn andere hand streelde ik door haar haar en aaide ik liefdevol haar hoofdje en haar oor.

"Ik wil hier niet weg," zei ik zacht.

Ze kneep in mijn hand.

"Ik ook niet. Ik ook niet... ,". Haar stemmetje klonk zo breekbaar en zacht. Ze zuchtte. "We moeten wel," zei ze.

"Ja," antwoordde ik sip.

Ik streelde haar zij nog een laatste keer, gaf haar nog een kleine zoen bovenop haar hoofd, en toen stonden we recht. Een beetje wankel nog, maar we stonden. En hoe dicht ze ook nog stond, het voelde aan alsof ze 5000 kilometer verder zat. Stilzwijgend namen we onze spullen en glimlachten flauwtjes naar elkaar. Ons treinavontuur zat er op, dat beseften we allebei. En wat we ook nog zouden meemaken, het zou nooit meer dezelfde impact en intensiteit hebben als de afgelopen uren.

Stilletjes verlieten we de trein.

groet,

Tom

22:30 Gepost door Tom in Algemeen | Permalink | Commentaren (10) | Tags: emilie |  Facebook |

04-03-08

Emilie, deel 8

We zwegen even. Emilie nestelde zich nog wat knusser. Ik zorgde ervoor dat het deken mooi rond ons gedrapeerd bleef. Zo zaten we gevangen in een warme, zachte cocon met zijn tweëen. Menige rups zou er jaloers op zijn. Ze pulkte heel zachtjes wat pluisjes van mijn pull, terwijl ik mijn arm rond haar hield.

 "Misschien moeten we een beetje proberen te slapen," zei ik, "zo gaat alles sneller voorbij."

 Het bleef eventjes stil, terwijl ik zachtjes haar zij streelde.

"Misschien...," en weer bleef het even stil.

 "Misschien wat?," vroeg ik haar zachtjes.

 "Ja, misschien... misschien wil ik wel helemaal niet dat dit snel voorbijgaat," sprak Emilie stil.

Een warm gevoel werd zich meester van mij. Ik was blij dat het zo donker was, want ik voelde dat ik bloosde. Hoe was het toch mogelijk. Waar had ik dit aan verdiend? Het leek alsof de portie lichamelijke warmte die ik al die jaren ervoor al had moeten missen, in één keer gecompenseerd werd. Wie was Emilie? Wie was ze echt bedoel ik dan. Een gelovig iemand zou zeker van een engel gewagen, ik niet. Want ik ben niet gelovig. Maar wie was deze persoon die in die enkele seconden heel die stroom van gevoelens en ideëen in mij op gang wist te brengen? 

 Was dit ze dan? Was dit dan hét meisje voor mij? Ik ben nooit echt romantisch geweest in de enge zin van het woord. Liefde op het eerste gezicht was iets wat ik niet kon verklaren, dus kon het rationeel gezien toch niet bestaan? Ik was er altijd van overtuigd dat je pas echt van liefde kon spreken als je elkaar echt al een tijd kent. Liefde kon je toch niet baseren op een hele korte tijd samen, puur gebaseerd op uiterlijke kenmerken en enkele standaard weetjes van elkaar? Ok, voor passie kon dit ruimschoots voldoende zijn, maar voor liefde toch niet? Liefde is toch niet zo oppervlakkig als passie? Dat er liefde uit die passie kan voortvloeien, dat is een feit. Maar technisch gezien was er dan nog altijd geen sprake van liefde op het eerste gezich. Ik die altijd sceptisch stond als mensen verklaarden dat het liefde op het eerste gezicht was begon nu misschien zelf te twijfelen. Alhoewel, objectief gezien was er helemaal nog sprake van liefde tussen Emilie en mij. Dus mijn theorie klopte nog steeds. Maar dat Emilie niet zo maar iemand was, dat was mij ondertussen wel al duidelijk geworden.

 Hoe kon je anders verklaren dat dit zo natuurlijk en vertrouwd aanvoelde? Haar hoofd half op mijn borst en schouder. Ik voelde haar haar in mijn hals. Het prikte niet. Het was zacht. Ik voelde haar warmte. Ze ademde heel rustig. Ik voelde haar middenrif en buik zachtjes uitzetten als ze inademde, en weer ontspannen als ze uitademde. Ik verhuisde mijn rechterhand van  haar zij, en gleed zacht omhoog tot mijn arm beschermend rond haar schouder lag. Zij legde haar rechterarm rond mijn middel, en zo lagen we verbonden in onze cocon. Ze nam met haar linkerhand mijn andere hand vast, en legde die zachtjes tegen haar wang. Ik liet het gebeuren, keek eventjes naar beneden. De gele gloed van kaars wierp speels haar licht op haar gezicht. Ik gaf haar een heel klein kusje bovenop haar hoofd. Ik wist niet waarom, maar mijn lichaam wel.

"Je hebt gelijk," zei ik, "slapen is zowat het stomste wat ik nu zou kunnen doen."

Emilie gaf een klein kusje op de rug van mijn hand.  

 

groet,

Tom

21:10 Gepost door Tom in Algemeen | Permalink | Commentaren (8) | Tags: emilie |  Facebook |

20-02-08

Emilie, deel 7

Plots was het gedaan. De lichten vielen uit op de trein, en je kon voelen dat het gevaarte aan het uitbollen was in plaats van zijn snelheid te handhaven. Ongeveer een minuut later stonden we stil, met aan beide kanten weiland. Hier en daar hoorde je wat gemompel en zelfs een vloek, of stak iemand nieuwsgierig zijn hoofd boven de zetels om iets uit te vissen. Wat precies, dat weet ik niet.

 "Dit heb ik nog niet meegemaakt," zei Emilie. "Wat zou er schelen?"

"Volgens mij een stroompanne," antwoordde ik. "Ik zie anders niet in waarom de lichten zouden uitgaan."

"Ja, dat klinkt logisch," zei Emilie.

Ik keek haar aan. Ik zag haar nog zitten, maar lang zou dat waarschijnlijk niet meer duren. De zon beleefde haar laatste momenten boven de horizon. En een andere lichtbron was er niet. Midden de weilanden is dat ook vrij normaal. In de verte zagen we wat eenzame lataarnpalen en nu en dan de koplampen van een wagen. En dat was het.

 Een fractie later kwam de conducteur binnen met de melding dat het inderdaad een stroompanne betrof. Een bovenkabel was geknakt omdat een paar kilometer verder er een vrachtwagen was blijven haperen met zijn lading. Op de vraag hoelang het zou duren, kon hij begrijperlijk wijs geen antwoord geven. Minder leuk was de mededeling dat ook de deuren geblokkeerd waren. We zaten min of meer gevangen.

De moment dat die conducteur dat zei, ging er een lichte golf van vreugde door mij heen. Ik kon nog wat langer bij Emilie blijven! Meteen kwam ook de rationaliteit in mij boven. Ik moest het ook niet opblazen. Maar toch. Ik keek even naar Emilie, en zij keek mij recht in de ogen terug, glimlachte heel zachtjes en keek toen snel naar beneden. Ze vond het blijkbaar ook niet zo erg.

 En half uurtje later zaten we nog altijd op de trein. Het thuisfront was intussen verwittigd van wat er aan de hand was. Het was ondertussen aardedonker geworden, en de koude stak de kop op. Daarom hadden de mensen zich verzameld in één wagon. Echt veel volk zat er niet op, maar alle beetjes helpen toch. Een oudere mevrouw had toevallig een zak theelichtjes bij de hand, en even later stonden op elk tafeltje enkele theelichtjes. Zo was het niet helemaal donker. Emilie en ik waren ondertussen naast elkaar gaan zitten. We babbelden over onszelf, over triviale dingen zoals broers en zussen, hobbies en werk of studies. Ik was al te weten gekomen dat ze 20 was, dat ze architectuur studeerde en dat ze van een buurgemeente was. Haar hobbies waren zwemmen, reizen, winkelen, uitgaan, dansen en film. Eevn veelzijdige meid dus.

 We werden onderbroken door enkele tikken op onze ruit. Emilie deed het kleine ruitje open. Leve de oude treinen, waar je nog een raampje kan openzetten! Het was een vriendelijke brandweerman. Hij en enkele collega's deelden water uit en wafels. Het zag er niet naar uit dat we in de eerste vijf minuten zouden wegraken. Tot slot gaf hij Emilie nog twee dekens. Het zou er niet warmer op worden.

 Een kwartier later was het inderdaad al een heel stuk kouder op de trein. Iedereen zat al onder deken. Ook wij, gezellig naast elkaar. De zetel achter ons hoorden we een meisje van een jaar of 8 zachtjes huilen. Ze had koud. Emily aarzelde geen moment, en gaf haar deken meteen af. De moeder was zichtbaar ontroerd, en zei tegen Emily dat ze dat niet moest doen, dat ze voor zichzelf moest zorgen.

"Ik zal wel voor haar zorgen," sprak ik laconiek. Ik kon niet geloven dat ik dat gezegd had. Meestal weet ik niet wat zeggen, en nu wist ik niet wanneer ik moest zwijgen. Hoe was het mogelijk. Emilie lachte.

"Sorry," zei ik, "dat kwam vast heel vreemd over."

"Nee helemaal niet," giechelde Emilie. "Maar je moet nu wel de daad bij het woord voegen hé!"

"Ja, geen woorden maar daden," sprak ik, daarbij mijn wijsvinger in de lucht stekend. Ik opende het deken, en even later zaten we gezellig en knus tegen elkaar onder ons deken. Het voelde zo natuurlijk en vertrouwd aan. Precies alsof we elkaar al jaren kenden. Ik vroeg mij af wat Emilie nu voelde, want ik was dit in ieder geval niet gewoon. Maar ik dwong mezelf om nu vooral niet te piekeren. Dit was echt het moment niet. Gewoon genieten van het moment.

En wat Emilie erover dacht... blijkbaar hetzelfde. Want even later legde ze haar hoofd tegen mijn schouder en haar hand op mijn borst. Op automatische piloot legde ik mijn arm rond haar middel. Het was alsof mijn lichaam uit zichzelf besliste wat het moest doen. En het had gelijk. Niet luisteren naar de piekerende ratio, maar gewoon naar het gevoel. Mijn lichaam had gelijk...

 groet,

Tom 

20:49 Gepost door Tom in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) | Tags: emilie |  Facebook |

10-02-08

Emilie, deel 6

Enkele uren later zat ik, bladerend in de Humo van die week, in de stationshal te wachten op mijn trein naar huis. Ik zat niet echt aandachtig te lezen, mijn gedachten dwaalden af naar de zomer ervoor. Toen had ik Véronique mijn liefde durven verklaren. Hetgeen wat binnenin al van in het begin zat te broeden was uiteindelijk uitgegroeid tot een echte verliefdheid. Die zomer had ik eindelijk ook de moed gevonden om het Véronique zelf te vertellen. Alleen was het geen sprookje. De gevoelens van verliefdheid waren puur éénrichtingsverkeer.

 Niet echt aangenaam om zoiets mee te maken, maar het was duidelijk dat ik moest proberen die gevoelens te laten voor wat ze waren. Dat is me uiteindelijk ook gelukt, daarvoor was de vriendschap me te dierbaar. Alleen waren dagen zoals deze de aanleiding om toch weer te piekeren van hoe het had kunnen zijn. Enkele maanden geleden zou ik nog geschreven hebben 'hoe het zou moeten zijn'. Een ogenschijnlijk klein verschil tussen de twee zinnen, alleen verduidelijkt dat ene woord verschil hoe ik er innerlijk mee omging. De grote gevoelens waren zeker voorbij. De woeste golven van verliefdheid waren al lang voorbij, maar het was nog altijd een zee. En een zee staat nooit stil. Het zou nog even duren voor de zee een vlak meer zou worden. Althans, dat dacht ik op die moment in de stationshal toch.

De cartoons waren zoals altijd geslaagd, uitlaat even gevat en grappig als anders. Ik glimlachte even. Iemand kwam naast me zitten. Ik had er geen aandacht voor.

"Het interview met Benoit Poelvoorde is heel grappig," sprak een stem.

Ik keek op. Het meisje zei niks meer, ze glimlachte enkel. Een fractie van een seconde was het stil. Ik wist niet goed wat te zeggen. In de verte hoorde ik mijn stem in een echo zeggen dat Benoit Poelvoorde zowat de meest onderschatte Belg in Vlaanderen moest zijn. Ze knikte instemmend.

"Ik stoor toch niet?," vroeg ze met een stille stem. "Ik kom hier zomaar ongevraagd..." Haar stem stokte

"Nee nee, natuurlijk stoor je niet," antwoordde ik snel. Ze streelde even door haar haar en keek verlegen naar de grond. De glimlach verdween heel eventjes van haar gezicht. Het was precies alsof er iets scheelde. Alleen vond ik het opportuun om nog niet meteen te vragen wat precies. Misschien verbeeldde ik het mij maar.

"Ik ben trouwens Tom," zei ik. Ze keek weer op en glimlachte opnieuw.

Ze reikte me de hand. "Aangenaam Tom, ik heet Emilie," sprak ze.

"Aangenaam Emilie." Ik schudde haar de hand.

Even later liepen we samen naar het perron, en nog enkele minuten later hadden we ons tegenover elkaar op de trein genesteld. Al snel waren we in gesprek. Het leek erop alsof de treinreis voorbij zou vliegen, maar dat was zonder de stroompanne gerekend waar we tien minuten later zouden mee af te rekenen krijgen.

 groet,

Tom

 

21:35 Gepost door Tom in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) | Tags: emilie |  Facebook |

24-01-08

Emilie, deel 5

We praatten wat bij over koetjes en kalfjes, en voor we het goed en wel beseften hadden we al een lekkere lunch binnengespeeld. We besloten tevoet verder te gaan. De wind was gaan liggen. Het was nog steeds koud, maar de hemel was helemaal opgeklaard en de zon deed haar uiterste best. Niet goed genoeg, maar het was een mooie winterdag.

 Het kon de eindscène van een film zijn. Jongen, meisje, samen wandelend in een prachtige stad op een mooie winterse dag. Eén van de twee met een fiets aan de hand, lachend, vertellend, en beetje gesticulerend met hand of arm. Tegelijkertijd kon je de ademwolkjes zien ontsnappen richting stratosfeer, of waar die ademwolkjes ook naartoe gaan. De romantische muziek zwelt aan, en het beeld wordt wazig en gaat over in de aftiteling. De lichten gaan aan en menig romantische ziel die snotterend haar zakdoekje in de rechterbroekzak wegsteekt...

"Ik heb in het begin van de week mijn heup gestoten, en nu zit er een enorme blauwe plek op. Ze zit al in de bruingele fase ondertussen," zei Véronique.

Als statement om aan te tonen dat romantische films altijd een halve waarheid zijn, kon dit wel tellen. Hou het in gedachten als je ooit nog zo eens een shot ziet passeren in een film: niet alles is romantisch. Die mensen die je over het beeld ziet passeren praten elkaar geen lieve woordjes toe. Nee, het gaat over dagdagelijkse dingen: de auto die nog moet worden gewassen, blauwe plekken, flatulentie en mislukte keukenprobeersels. Of over hoe hun kind in het midden van de nacht misselijk was opgestaan om te zeggen dat het waarschijnlijk moest overgeven, daarbij de daad bij het woord voegend in de slaapkamer van de ouders.

"Kluns," sprak ik bemoedigend toe. "Linker- of rechterheup?".

"Mijn rechterheup," antwoordde ze. "Eventjes niet opgelet."

"Ja, het is snel gebeurd natuurlijk. Vanmorgen was er een meisje op de trein en toen ze uitstapte lag ze er bijna ook. Het was wel schattig op een manier. Haar sjaal viel uit haar tas, en die heb ik onder het mom van galantie voor haar opgeraapt," verteld ik.

"Oh, wel lief. Zal ze zeker geappreciëerd hebben," antwoordde Véronique op zo'n toon dat het wel duidelijk was dat nog nooit iemand haar sjaal voor haar had opgeraapt. Dat wilde niks zeggen, Véronique was gewoon niet het type dat sjaals liet vallen.

"Zeker! Ze gaf me spontaan haar telefoonnummer!" zei ik droog.

"Wat? Serieus? Zo super!"

"Haha, natuurlijk niet serieus. Welk meisje geeft nu uit vrije wil haar telefoonnummer aan mij? Een blind meisje misschien, daar maak ik nog wel kans bij." sprak ik met enige zelfkennis.

Véronique giechelde. "Allé, dat mag je niet zeggen," ze Véronique. "Je hebt zoveel kwaliteiten. Ooit kom je wel iemand tegen die dat inziet."

"Véronique, heeft je moeder nooit gezegd dat je niet mag liegen?" antwoordde ik nogal cynisch.

Véronique schaterde het uit. "Jij, jij bent niet normaal," zei ze even later. "Maar ik meen het wel hoor."

"Mooi zo, dat zou er nog moeten aan ontbreken," ging ik verder. "Kom, we laten de fiets hier achter. Ik heb zin om eens de winkelstraten door te slenteren."

Even later liepen we door de winkelstraat. Véronique nestelde haar arm rond de mijne. Het voelde goed aan.

 wordt vervolgd...

19:14 Gepost door Tom in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) | Tags: emilie |  Facebook |

22-01-08

Emilie, deel 4

Ik werd al snel omringd door mensen, en elk van hen was wel onderweg naar ergens. Ze liepen schichtig door de straten, trapten de longen uit het lijf op een fiets, zaten nog halfwakker in de wagen voor het rode licht of keken dromerig naarbuiten vanop een bus. Ik besloot mij niet te haasten, ik had nog tijd genoeg. Het was immers een vrije dag voor me. Ik had afgesproken met een vriendin van me die nog studeerde in de stad waar ik me nu bevond. We hadden al zovaak gezegd dat we nog eens samen iets zouden doen, maar nu was het er eindelijk eens van gekomen.

 Een kwartiertje later stond ik voor haar kot. Ik keek even omhoog naar de eerste verdieping, want achter dat raam was haar kamer. Er brandde licht, dus dat was al ok. Enkele seconden later duwde ik op de bel. Een piepende deur, gestommel op de trap, het geluid van een ronddraaiende sleutel en een glimlach. In die volgorde.

"Heeeeeyyy!," sprak ze met wat overdrijving.

"Hey hey," antwoordde ik.

"Ik ben blij van je nog eens te zien. Kom binnen!" Ze zette een stap opzij en schoof de deur verder open. Ik stapte de gang binnen, omhelsde haar en gaf ze een zoen op haar wang.

"Alles goed met je, Véronique?"

"Ja, nu wel in ieder geval hihi. Maar anders ook hoor. Net een drukke periode achter de rug. Enkele taken enzo, je kent het wel. "

Natuurlijk kende ik dat gevoel wel. Ik was ooit ook een student. Lang geleden alweer. We praatten wat bij. Haar kot was gezellig warm. Heel even zag ik er tegenop om weer die koude te trotseren. Maar dat duurde niet lang. We besloten de fiets te nemen, op voorwaarde dat ik mocht rijden. Niet omdat ik vind dat een man hoort te rijden, maar gewoon omdat ik Véronique het niet kon aandoen om met 80kg ballast de venijnige hellingtjes te laten overwinnen op een fiets zonder versnellingen. Ze legde haar handen rond mijn middel. We vertrokken richting centrum. Het duurde niet lang, of ook ik trapte de longen uit mijn lijf op een fiets. 

 We stopten aan een tarras. Uit de wind was het een heel stuk aangenamer. We bestelden elk een kop verse erwtensoep. Mijn brilglazen dampten aan telkens ik boven mijn soep kwam. Véronique vond het grappig. Ik vond het grappig. Het was een leuk begin van een veelbelovende dag.

 wordt vervolgd...

Tom 

20:57 Gepost door Tom in Algemeen | Permalink | Commentaren (8) | Tags: emilie |  Facebook |

14-01-08

Emilie, deel 3

De beleefde man met het Louis-de-funès petje zette zijn dagtaak verder en vroeg om de vervoersbewijzen van de reizigers aan de overkant van de gang. De drie doorgewinterde forenzen, die ondertussen het meisje omsingelden, kenden de procedure natuurlijk al. Hun vervoersbewijzen zaten waarschijnlijk al in hun handpalm nog voor ze op de trein zelf stapten. Ik zag het meisje in haar tas rommelen, op zoek naar haar ticket. De conducteur begon al wat nerveus heen en weer te schuiven met een voet. Nog geen vijf seconden later haalde het meisje haar ticket boven, zichtbaar opgelucht.

 De conducteur piercte haar kaartje en gaf het stilzwijgend terug. Het was stil op de trein. Niemand sprak. Ik wist hoegenaamd ook niet waarover ik het tegen mijn buurmannen zou moeten hebben. Ik kijk amper tv, modelbouw heb ik ooit nog overwogen maar het is een veel te groot gedoe. Potjes klaarzetten, enorm fijn werk, alle details in het oog houden. Ik moest mij te veel concentreren om nog van ontspanning te kunnen spreken. En voetbal interesseert mij matig, laat staan een zoon hebben.

 Ik keek opnieuw door het raam en dacht aan niets. Ik speelde enkel wat liedjes in mijn hoofd. Foo Fighters, dEUS, Pixies, The Doors, maar ook Dr. Dré, 2 Unlimited en Culture Beat en Soulwax passeerden de revue. Het was een topconcert in mijn hoofd, een mix van allerlei stijlen. Voor ik het goed en wel besefte was ruim een halfuur gepasseerd want via de intercom galmde/kraakte mijn eindstation door de wagon. Ik maakte mij klaar om uit te stappen en even later stond ik op het perron.

Toen ik mijn jas helemaal dichtknoopte, hoorde ik plof achter mij. De deuren van de trein piepten weeral. Ik draaide mij om. Het was het meisje met de donkerbruine haren en het lichtblauw truitje. Ze zat nog maar met één arm in haar jas, terwijl de andere mouw over de grond sleepte. Haar tas bungelde ook los aan één hand. Haar sjaal was eruit gevallen. Ik bukte me, raapte de sjaal op en reikte hem haar aan.

"Dat was al de tweede keer dat het nipt was vandaag," zei ik.

Ze lachte even verlegen, nam haar sjaal aan en terwijl ze die vakkundig rond haar hals drapeerde antwoordde ze: "Ja, eerst bijna de trein niet gehaald en vervolgens er bijna niet meer af geraken op tijd. Het is een gave zoals een andere."

Ik beaamde zoveel wijsheid en we stapten richting uitgang.

"Neem je vaker deze trein?" vroeg ze me.

"Nee," zei ik, "eigenlijk nooit. Autopech, dus ik kon niet veel anders deze morgen."

"Ahzo," sprak ze stilletjes. 

We stapten het station buiten. We moesten elk een andere kant op bleek het.

"Nogmaals bedankt voor de sjaal," zei ze, " en misschien tot een volgende keer."

"Ja, wie weet," antwoordde ik haar. Ze glimlachte nog even. De blos kwam stilaan terug op haar wangen. Ik glimlachte terug, zette de kol van mijn jas recht, stak mijn handen in mijn zakken en begon een stevige winterwandeling naar mijn bestemming.

 wordt vervolgd...

Tom 

22:02 Gepost door Tom in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) | Tags: emilie |  Facebook |

12-01-08

Emilie, deel 2

Nuja, kijken was misschien veel gezegd. Het was eerder ergens op focussen tot op het punt dat alles zowat wazig wordt behalve hetgene waar je je op focust. Mijn gedachten dwaalden stilaan af. Alles werd wazig, zelfs het beeld in het raam. Het was een soort slaap zonder echt fysisch te slapen. Geen scherp beeld, het geluid dat stilaan wegviel. Mocht ik een buddhist zijn, ik zou het Zen noemen, maar ik ben het niet dus ik noem het iets anders. Wat? Daar moest ik nog eens over nadenken. Op een frisser en helderder moment.

 Voor ik het goed en wel besefte, stonden we al stil in de volgende halte. Een groep doorgewinterde forenzen maakte zich meester van de coupe. Doorgewinterd. Dat kon je afleiden aan de grauwe, eentonige kledij, de expressieloze gezichten en de aktentasjes die de sporen van veelvuldig gebruik moeilijk nog konden verbergen. Ik vroeg me af of dit soort mensen nog leeft of geleefd wordt? Ik kon me moeilijk inbeelden dat veel van de mensen nog spannende dingen deed in hun leven. Hun hobbies waren vast tv kijken, modelbouw en op zaterdag naar het voetbal van hun zoon kijken, tijdens de rust nippend van een lekker frisse pint. Het hoogtepunt van het weekend.

Wie ben ik eigenlijk om te oordelen? Ik zat er zelf ook niet bepaald fleurig en opgewekt bij. En echt spannend was mijn leven nu ook niet bepaald. Het enige verschil was misschien dat er net nog wat meer speling was voor improvisatie. Improvisatie, de motor van het leven wat mij betreft. Het was me al opgevallen dat de leukste dingen die een mens meemaakt, vaak die dingen zijn die ongepland gebeuren. Geplande activiteiten zorgen vaak voor te hoge verwachtingen, waardoor ze niet helemaal brengen wat je ervan hoopte. Mijn treinreis was ook ongepland, dat bedacht ik me plots.

"Kaartje alstublieft, " sprak een man in het grijs.

Ik werd bruusk uit mijn trance gehaald. Nog voor ik mijn portefeuille uit kon halen werd de vraag herhaald. Iets harder en op zo'n toon waardoor je direct weet dat het 'alstublieft' enkel een verplichting is volgens het arbeidsreglement van de man. Het heeft niks met elementaire beleefdheid te maken. Zijn zoon speelt vast voetbal bedacht ik me toen ik hem mijn kaartje overhandigde. Ik zei niks, hij ook niet meer. Werkvreugde, alles is relatief. Ik zuchtte even, stak mijn ticket weg. Ik keek nog even naar de overkant van het gangpad. Ze droeg een lichtblauw truitje. Toch nog wat kleur in het treinstel...

 wordt vervolgd

 

20:03 Gepost door Tom in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: emilie |  Facebook |

10-01-08

Emilie

Het was bitterkoud die morgen en het was lang geleden dat ik nog met de trein gereisd had. Er zat niks anders op. Onverwachts autopanne. Een autopanne is natuurlijk altijd onverwacht. Als ze verwacht zou zijn dan kun je je wagen preventief naar de garage brengen. Dan is er strikt gezien enkel sprake van onderhoud, en niet van een panne. Maar ik dwaal af... het was dus erg koud die morgen en een treinreis was mijn deel.

Ik nestelde mij in een coupé, en hoorde het piepen al van de deuren. De trein zou in minder dan een minuut al volop op weg zijn richting mijn bestemming. In een ooghoek zag ik nog net iemand in flits voor het raam passeren. Het gefluit van de conducteur volgde onmiddellijk. Op het nippertje dus. Maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik er weinig aandacht aan schonk. Het was nog vroeg op de morgen. Ik liet me iets uitzakken in de bruin(fake)lederen zetel en nestelde mijn hoofd tegen de treinwand.

 Ze hijgde nog na toen ze een fractie later de trein kwam binnengestapt. Ze had donkerbruin haar in een staartje. Dat viel me meteen op. Ik hou van staartjes. Ik vind het schattig en simpel, maar toch stijlvol. Haar wangen bloosden, net zoals de mijne vijf minuten eerder. Allemaal de schuld van de wind. Ze zocht een plaatsje in het treinstel terwijl ze haar sjaal langzaam losknoopte en haar jas halfopen ritste. Na een inspanning moet het lichaam zijn overtollige warmte kwijt. Dus haar jas en sjaal kon ze wel even missen nu. Een biologisch verschijnsel.

 Ze kwam op de bank zitten aan de overkant van het gangpad. Ze schoof ook door naar het raam terwijl ze nonchalant haar sjaal samenplooide. Ze zette haar tas open, stak haar sjaal weg. Ze ritste haar jas helemaal open nu. Ze nam met haar linkerhand een papieren zakdoekje uit haar tas en snoot haar neus. Ze plooide het papiertje dicht, stak het weg. Ze wreef enkele haartjes van voor haar ogen weg. Ze keek op, mijn richting uit. Ik knikte haar goeiedag en werd getrakteerd op een zalig lieve glimlach. Ik lachte spontaan terug. Het was de eerste keer die ochtend. Ik draaide mij en keek door het raam. De trein had al aardig wat vaart en het landschap flitste ondertussen voorbij. Ik had er weinig oog voor. Ik keek vooral naar de reflectie van het meisje in mijn raam...

 

wordt vervolgd,

Tom 

20:49 Gepost door Tom in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) | Tags: emilie |  Facebook |